Gepubliceerd op 13/01/2018

Nieuwsitem januari 2018

Ten opzichte van 2017 zijn er weinig fiscale veranderingen in 2018.
Dit jaar zal het nieuwe kabinet de op 10 oktober 2017 gepresenteerde plannen proberen te verwerken in wetsvoorstellen.
Na instemming van de 2e en 1e kamer zal het fiscale landschap vanaf 2019 wel vele veranderingen kennen.

Hierna krijgt u een uiteenzetting van de belastingplannen die in het regeerakkoord staan en waar we dit jaar meer over gaan horen:

Algemeen

  • Belastingstelsel wordt teruggebracht naar 2 schijven. Tot € 68.000 geldt een tarief van 36,93%. Daarboven geldt een tarief van 49,5%. Voor AOW-gerechtigden blijven er wel 3 schijven bestaan.
  • Is uw inkomen hoger dan € 68.000, dan zullen de aftrekposten niet tegen 49,5% in aftrek komen. De aftrek van eigenwoningrente en ook andere aftrekposten gaat stapsgewijs van 46% in 2020, 43% in 2021 et cetera terug naar 36,93%.
  • Om werken aantrekkelijker te maken gaat de algemene heffingskorting en de arbeidskorting stapsgewijs omhoog. In 2021 is de algemene heffingskorting € 350 hoger en de arbeidskorting € 365 hoger dan nu.
  • Het lage BTW-tarief gaat van 6% naar 9%.
  • Over dividenduitkeringen wordt vanaf 2020 geen 15% dividendbelasting meer ingehouden. Deze dividendbelasting is voor binnenlands belastingplichtigen een voorheffing op de inkomstenbelasting. Daarom heeft de afschaffing slechts voordelen voor buitenlands belastingplichtigen.

Ondernemerschap via uw eenmanszaak, vof of maatschap

  • Wat geldt voor de eigenwoningrente, geldt ook voor de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling. Deze aftrekposten worden bij een inkomen boven € 68.000 ook stapsgewijs afgebouwd naar uiteindelijk 36,93%.
  • De Wet DBA wordt tot juli 2018 niet gehandhaafd. Daarna moet er een nieuwe wet komen waarbij zelfstandige ondernemers via een opdrachtgeversverklaring vooraf zekerheid kunnen krijgen over de arbeidsrelatie.

Besloten Vennootschap

  • De tarieven voor de vennootschapsbelasting gaan van 19%/24% in 2019, 17,5%/22,5% in 2020 naar 16%/21% in 2021. Het laagste tarief geldt voor een winst tot € 200.000.
  • Het tarief in box 2 (inkomen uit een aanmerkelijk belang) stijgt van nu 25%, naar 27,3% in 2020 en 28,5% in 2021.
  • Gebouwen in eigen gebruik mogen niet verder afgeschreven worden dan 100% van de WOZ-waarde. Dit was 50% van de WOZ-waarde.
  • Verliezen mogen nu nog verrekend worden met winsten van de aankomende 9 jaren.
    Dit wordt beperkt tot 6 jaren.

Lonen / pensioen

  • Er is straks ook recht op een transitievergoeding bij een tijdelijk contract. Nu is dit bij ontslag na 2 jaren (vaste dienstbetrekking).
  • Een vast dienstverband ontstaat na 3 jaar. Nu is dit nog na 2 jaar.
  • Vanaf 2019 krijgen vaders recht op 5 dagen betaalt vaderschapsverlof. Vanaf juli 2020 wordt dit uitgebreid tot maximaal 5 weken, waarbij het verlof wordt betaald door het UWV.
  • Verschillende redenen voor ontslag kunnen straks worden gecombineerd, maar dan geldt wel een hogere transitievergoeding. Nu moet elke ontslaggrond afzonderlijk bij de rechter worden getoetst.
  • De WW-premie gaat omhoog bij werkgevers met relatief veel tijdelijke contracten en omlaag bij relatief veel vaste contracten.
    Nu is de premie nog afhankelijk van de sector.
  • Loondoorbetalingsverplichting bij ziekte gaat voor de werkgever naar 1 jaar. Daarna betaalt het UWV het 2e jaar. Nu moet de werkgever 2 jaar bij ziekte doorbetalen.
  • Payrollwerknemers krijgen dezelfde arbeidsvoorwaarden als gewone werknemers. Nu zijn payrollwerknemers over het algemeen na 5,5 jaar in vaste dienst. Dat wordt straks na 3 jaar.
  • Als het aan de formatiepartijen ligt wordt de pensioenpremie van elke deelnemer gelijk.
    Verder komt er een persoonlijke pensioenpot. Dit bevordert de inzichtelijkheid voor deelnemers.