Nieuwsitem mei 2022

Graag wil ik u informeren over de belastingmaatregelen die zijn voorgesteld in de voorjaarsnota en de wijze waarop de regering de belastingheffing in box 3 wil repareren. Dit omdat de Hoge Raad de huidige heffing niet aanvaardbaar vindt.

Belastingmaatregelen uit de voorjaarsnota
Reparatie box 3-heffing

Belastingmaatregelen uit de voorjaarsnota

Vrijdag 20 mei is de voorjaarsnota door de ministerraad goedgekeurd. Deze nota bevat niet alleen een bijstelling van de begroting van 2022, zoals gebruikelijk tot nu toe, maar geeft ook een vooruitblik op de begrotingen voor de komende jaren. Afgelopen jaren bleek dat pas uit de Miljoenennota die eind september gepresenteerd wordt op Prinsjesdag. Deze vooruitblik geeft de Tweede Kamer meer tijd om de voorgenomen beleidsmaatregelen te beoordelen. De complete begroting volgt zoals gebruikelijk bij Prinsjesdag.

De Voorjaarsnota staat in het teken van de uitwerking van de plannen uit het coalitieakkoord. Tegelijkertijd is het kabinet sinds zijn aantreden begin dit jaar geconfronteerd met onvoorziene gebeurtenissen. De oorlog in Oekraïne heeft ook zijn weerslag op de Nederlandse economie en begroting. De oorlog noopt tot extra investeringen in defensie. De hoge inflatie als gevolg van fors gestegen energie- en voedselprijzen brengt grote zorgen met zich mee voor lage en middeninkomens.

Daarom draait het kabinet aan de belastingknoppen om de gaten in de begroting te dichten. Onder andere de volgende maatregelen zijn aangekondigd:

  • De 2e schijf in de vennootschapsbelasting wordt in 2023 verlaagd van € 395.000 naar € 200.000. Hierdoor betalen bedrijven eerder het hoge tarief van 25,8%;
  • Uitkeringen in box 2 worden in 2024 belast tegen 2 schijven. Dit is 26% voor de eerste € 67.000 en 29,5% voor het meerdere;
  • Het heffingsvrije vermogen voor box 3 is momenteel € 50.650 per persoon. Er waren plannen om dit te verhogen naar € 80.000 per persoon. Dit wordt teruggedraaid.
  • Het algemeen tarief van de overdrachtsbelasting wordt verhoogd van 9% naar 10,1%. Het algemeen tarief geldt niet voor de verkrijging van woningen door mensen die deze zelf langdurig gaan bewonen.
  • De Fiscale oudedagsreserve wordt afgeschaft met ingang van 1 januari 2023. De bestaande reeds opgebouwde FOR mag wel op basis van de huidige regels worden afgewikkeld.
  • De verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding wordt met een jaar versneld. Vanaf 1 januari 2023 mogen werkgevers niet 19 cent, maar 21 cent per kilometer belastingvrij uitbetalen. In 2024 stijgt dit bedrag naar 23 cent.

Reparatie box 3-heffing

Zoals in de nieuwsbrief van december gemeld, heeft de Hoge Raad op 24 december 2021 een uitspraak gedaan dat de box 3-heffing in zijn huidige vorm niet aanvaardbaar is.

Omdat de box 3-regeling vanaf 2017 in strijd was met de rechten van de mens, moest de overheid de gedupeerden de te veel geheven belasting terugbetalen. De betreffende spaarders moesten gecompenseerd worden voor het feit dat hun daadwerkelijke rendement lager lag dan het gehanteerde forfaitaire rendement in box 3. Nu is duidelijk geworden wie gecompenseerd gaan worden en op welke wijze dit gaat gebeuren.

Dit zijn de uitkomsten:

  • De ongeveer 60.000 belastingplichten die bezwaar hebben gemaakt tegen de heffing in box 3 over de belastingjaren 2017 tot en met 2020 krijgen vóór 4 augustus automatisch rechtsherstel volgens de zogenaamde “spaarvariant”.
  • Daarna krijgen de belastingplichtigen met box 3 heffing waarbij de aanslag op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vast stond (met name de jaren 2020 en 2021) de definitieve aanslag opgelegd op basis van deze spaarvariant.

Afgelopen vrijdag bepaalde de Hoge Raad dat de Belastingdienst niet verplicht is om belastingbetalers over de jaren 2017 tot en met 2020 compensatie te bieden, als mensen eerder geen bezwaar hebben gemaakt. Daarom is nog niet duidelijk of zij compensatie krijgen. De Staatssecretaris heeft aangegeven met Prinsjesdag hierover een besluit te nemen.

Met de spaarvariant krijgen belastingplichtigen met box 3 heffing een nieuwe berekening die aansluit op de werkelijke verdeling van hun eigen box 3 vermogen naar hun spaargeld, overige bezittingen (hierna beleggingen) en schulden.
Met name belastingplichtigen met grote vermogens die bestaan uit relatief veel spaargeld gaan met deze variant er flink op vooruit. In onderstaande tabel ziet u per belastingjaar de percentages die de belastingdienst gaat gebruiken in de spaarvariant.

Jaar20172018201920202021
Spaargeld0,25%0,12%0,08%0,04%0,01%
Schulden3,43%3,20%3,00%2,74%2,46%
Beleggingen5,39%5,38%5,59%5,28%5,69%

Bedraagt de box 3-heffing op basis van deze nieuwe berekening minder dan op basis van de wettelijke berekening, dan volgt een teruggaaf. Is de box 3-heffing op basis van de nieuwe berekening hoger, dan hoeft er niet bijbetaald te worden.

Voorbeeld

  • Belastingplichtige A heeft € 200.000 box 3 vermogen in 2020, waarvan driekwart (€ 150.000) uit spaargeld en de rest bestaat uit beleggingen.
  • Belastingplichtige B heeft € 200.000 box 3 vermogen in 2020, waarvan één kwart (€ 50.000) uit spaargeld en de rest bestaat uit beleggingen.
  • Beide belastingplichtigen betaalden in het oude systeem € 1.601 aan box 3 belasting.
  • In de nieuwe berekening is de uitkomst voor:
    • Belastingplichtige A € 685; het verschil € 916 wordt automatisch terug betaald.
    • Belastingplichtige B € 2.015; B hoeft niets te betalen, maar krijgt ook niets terug.

Op het moment dat u de aanslag krijgt, kan met een rekenhulp van de belastingdienst nagerekend worden hoe de aanslag is berekend op basis van deze nieuwe spaarvariant. Vermoedelijk zal onze software ook deze mogelijkheid gaan bieden en kunnen we ook bekijken of bij partners wellicht een andere verdeling van het box 3 vermogen gemaakt moet worden omdat dit gunstiger is.

Ook kan één en ander invloed hebben op de inkomensafhankelijke regelingen zoals de toeslagen.

Scroll naar boven